donderdag 3 maart 2016

se marrer (rire/se tordre) comme une baleine

zich een bult/een aap/een kriek/dood lachen / in een deuk liggen
('lett.  lachen als een walvis')

Als je alle varianten bekijkt, zijn wij een goedlachs volkje. We zijn zelfs bereid om te lachen tot we erbij neervallen. In ieder geval zijn we niet meer in staat een normale positie aan te houden en als we het dan toch met een dier vergelijken, dan komt een aap het eerst in ons op. Die bult en die deuk is misschien nog wel terug te vinden in het Franse se tordre ('draaien, wringen, ombuigen'), maar de dierkeuze is wel opmerkelijk. Je dacht misschien eerst aan een koe (la vache qui rit), maar nee... een walvis. Lachen walvissen? Als je ze hoort, denk je eerder aan huilen dan aan lachen. Zit het hem misschien gewoon in de omvang van het dier? Want laten we eerlijk zijn, als dit zoogdier begint te schokken van het lachen, dan veroorzaakt dat natuurlijk een grotere schokgolf dan wanneer een koe of een aap lacht. Het zal hem inderdaad wel in de omvang zitten, maar dan misschien bij het idee dat de walvis zijn mond opendoet onder het lachen. Een grotere mond vol... baleinen is natuurlijk niet denkbaar. Maar het blijft merkwaardig...

volgende keer
blijven we met beide benen op de grond staan

woensdag 2 maart 2016

une hirondelle ne fait pas le printemps

'We zijn er weer! Leve de lente!!!'
één zwaluw maakt nog geen zomer
(lett. 'één zwaluw maakt geen lente')


Zegt dit misschien iets over ons koele Nederlandse weer: dat bij ons de lente eigenlijk nauwelijks de moeite van het vermelden waard is? Feit is in ieder geval dat deze uitdrukking in vrijwel alle Europese talen bestaat, maar dat hij in noordelijke landen betrekking heeft op de zomer ('één zwaluw maakt nog geen zomer', 'one swallow doesn't make a summer', eine Schwalbe macht noch keinen Sommer'), in plaats van de lente zoals rond de Middellandse Zee ('une hirondelle ne fait pas le printemps', 'una rondina non fa primavera', en het geldt trouwens ook voor landen met een hele koude winter, zoals Rusland en Polen). Als je er iets langer over nadenkt, is dit inderdaad logisch, want zwaluwen zijn trekvogels die in het najaar in de richting van Afrika trekken, om in maart/april weer in Zuid-Europa te verschijnen. Het Noorden moet iets langer wachten...
Maar niets is met zekerheid te voorspellen met deze vogels: zwaluwen zijn niet onfeilbaar en er kan er wel eens een te vroeg terugkomen. En ook al is het volgens de kalender lente (of zomer), dat wil nog niet altijd zeggen dat het weer zich daaraan aanpast. Bovendien zijn er ook nog zwaluwen die zo verzwakt zijn dat ze niet kunnen trekken en dus langer achterblijven, of helemaal niet terugkomen. Dus bewijst het verschijnen van één enkele zwaluw nog niets...

volgende keer
Wij kunnen ons een bult lachen, of een aap, of een kriek... Hoe manifesteert zich een Franse lach?

dinsdag 1 maart 2016

les giboulées de mars

maartse buien


Het is vandaag 1 maart: het begin van de meteorologische lente. Maar dat voorjaar gaat meestal niet overtuigend van start. 'Maart roert zijn staart' zegt een Nederlands gezegde. Heerlijk zachte dagen met een mooi voorjaarszonnetje worden afgewisseld met vervaarlijke 'maartse buien'. Op het plaatje hiernaast zie je een definitie van het Franse begrip giboulée (de mars): 'plotselinge regen, geassocieerd met de maand maart'. Het gaat hierbij vaak om hagelbuien en 'gemengde buien': buien waarin regen overgaat in natte sneeuw (neige fondante) of hagel (grêle, grêlons 'hagelstenen'). Op het plaatje hierboven wordt nog een beetje vrij geassocieerd met de woorden giboulées de mars. Allereerst zien we de oorlogsgod Mars (in het Frans zijn de woorden voor 'maart' en 'Mars' precies dezelfde) die opmerkt: 'Ik zie het verband met mij niet, hoor.' Daarnaast zien we een regen van marsrepen met de bekende Franse reclameslogan Mars, et ça repart! ('Neem een Mars, en je kunt er weer tegenaan'). Tenslotte zien we de planeet Mars met maartse buien ('toen er nog water was op de planeet').

volgende keer
blijven we nog even in lentesferen...

maandag 29 februari 2016

année bissextile, jour intercalaire

schrikkeljaar, schrikkeldag

(op de tekening: 'Niet te geloven! Mijn eerste verjaardag! Daar wacht ik al vier jaar op!') Felicitaties aan alle jonge mensen die vandaag weer eens voor het eerst in vier jaar jarig zijn, want het is 29 februari, schrikkeldag van het schrikkeljaar 2016. Een schrikkeldag heet in het Frans un jour intercalaire, heel logisch, want het werkwoord intercaler betekent 'inlassen', en nu we het er toch over hebben décaler betekent 'verschuiven'. Vandaar dat je in het Frans niet last hebt van een 'jetlag', maar van een décalage horaire ('tijdsverschuiving, tijdverschil'). Maar waar komt die term bissextile vandaan? Nee, het is geen biseksueel jaar, maar het heeft alles te maken met de Romeinse jaartelling. In het jaar 46 voor Christus veranderde Julius Caesar op aanraden van een Egyptische astronoom de jaarkalender. De astronoom had namelijk berekend dat een jaar niet 365 dagen duurde, maar 365 dagen en 6 uur. Daarom moest er iedere vier jaar een dag worden toegevoegd aan de kalender. Dat deed Caesar in de laatste maand van het jaar. Het Romeinse jaar begon op 1 maart. De extra dag werd niet toegevoegd aan de laatste dag van het jaar, maar na de 24e dag van de maand februari, volgens de Romeinen de zesde dag voor 1 maart: sexto ante calendas martii. De dubbele dag kreeg de naam bis sexto ante calendas martii, vandaar dus het woord bissextile. Nu zullen mensen die ijverig op hun vingers meegeteld hebben, tegenwerpen dat 24 februari niet zes, maar vijf dagen voor 1 maart valt, maar dan heb je even vergeten dat de Romeinen de dag zelf (in dit geval 1 maart) altijd meetelden. Vandaar dat er in Romaanse talen zoals het Frans nog steeds gepraat wordt over dans huit jours ('over acht dagen') en dans quinze jours ('over vijftien dagen'), waar wij het hebben over 'zeven' en 'veertien dagen'. Rare jongens, die Romeinen...


volgende keer
is het al weer maart. Hoe zeg je 'Maart roert zijn staart' in het Frans?

zondag 28 februari 2016

Que diable allait-il faire dans cette galère?

waar bemoeide hij zich ook mee?
(lett. 'wat voor de duivel ging hij doen in dat galeischip?' / 'wat, verhip, moest hij in dat slavenschip?')

Soms krijgen bepaalde passages uit de literatuur zo'n bekendheid dat ze in vaste uitdrukkingen terechtkomen. Denk bijvoorbeeld aan ons 'de vis wordt duur betaald' uit Herman Heijermans' Op hoop van zegen. Zo is de uitdrukking Que diable allait-il faire dans cette galère? (soms verkort tot Qu'allait-il faire dans cette galère?) afkomstig uit het toneelstuk Les fourberies de Scapin ('De schelmenstreken van Scapin') van de beroemde komedieschrijver   Molière (1622-1673), waarin een zekere Léandre zijn vader om een geldsom vraagt. Vader Géronte weigert echter op alle herhaalde verzoeken in te gaan. De sluwe knecht Scapin gaat vervolgens proberen geld los te krijgen bij de vrekkige vader en vertelt hem uiteindelijk dat zijn zoon zo in de problemen is gekomen dat hij nu moest gaan werken op een Turks slavenschip. Alleen als de vader binnen twee uur losgeld betaalt, kan zijn zoon uit de netelige situatie bevrijd worden. Maar het enige antwoord dat Scapin los kan krijgen uit Léandres vader is Que diable allait-il faire dans cette galère? Deze uitroep (lett. 'Wat voor de duivel ging hij doen in dat galeischip?') die zes keer terugkomt in dezelfde scène en daardoor lachwekkend wordt en die bovendien door het binnenrijm (ik vertaal maar even vrij: 'Wat, verhip, moest hij toch in dat slavenschip?') makkelijk te onthouden is, is in de gewone Franse taal blijven hangen en kan gebruikt worden als iemand zich bemoeit met zaken die hem niet aangaan en daardoor in moeilijkheden terecht is gekomen.
de historische Cyrano de Bergerac

Molière zelf had trouwens ook in moeilijkheden kunnen komen, want hij blijkt deze zin postuum gestolen te hebben uit het toneelstuk Le pédant joué van  de militair/dichter/amateur-wetenschapper Savinien de Cyrano de Bergerac (1619-1655), bij leven niet erg succesvol, maar aan het eind van de negentiende eeuw onsterfelijk gemaakt door het beroemde toneelstuk Cyrano de Bergerac van Edmond Rostand. Als de held van het verhaal in de laatste scène zijn einde voelt naderen en beseft dat hij zijn leven lang - niet in de laatste plaats door zijn bovenmatige neus - in de schaduw heeft moeten leven, terwijl anderen de vruchten mogen plukken van zijn mooie woorden en daden, hoort hij van zijn vriend Ragueneau dat Molière zijn zin Que diable... van hem gepikt heeft en daar veel succes mee heeft geboekt. Cyrano hoort het lijdzaam aan en verzucht: Eh bien, toute ma vie est là / Pendant que je restais en bas, dans l'ombre noire, / D'autres montaient cueillir le baiser de la gloire! / C'est justice, et j'approuve au seuil de mon tombeau / Molière a du génie et Christian était beau! (vrij vertaald: 'Welnu, dat is mijn leven in een notendop: Terwijl ik beneden in de schaduw bleef staan, konden anderen naar boven klimmen (verwijzing naar Christian die het balkon van Roxane kan beklimmen om een kus van haar te krijgen nadat Cyrano hem de juiste woorden heeft ingefluisterd) om de eer in ontvangst te nemen. Dat is rechtvaardig en ik erken met één been in het graf dat Molière geniaal was en Christian een mooie jongen.') Het is wel een mooi staaltje van epische verdichting van Rostand. De echte Cyrano heeft het niet meer mogen weten: Molières Les fourberies de Scapin werd voor het eerst opgevoerd in 1671, zestien jaar na de dood van Cyrano.

Het woord galère wordt overigens in het Frans ook veelvuldig gebruikt om naar 'slavenarbeid' te verwijzen. C'est une vraie galère! betekent zoiets als 'Het is een ware beproeving / een hel'. En als je dan toch zo'n beproeving aan moet gaan, kun je zeggen Vogue la galère! ('Roei het slavenschip! / Laat het slavenschip maar varen!) in de betekenis 'Laten we er het beste van hopen / Vooruit dan maar!' 

volgende keer
Morgen is het 29 februari, schrikkeldag. Hoe zeg je eigenlijk 'schrikkeldag' en 'schrikkeljaar' in het Frans?

zaterdag 27 februari 2016

il fait un froid de canard

het is berekoud
(lett. 'het is eendenkoud')

We dachten dat de winter zichzelf dit jaar oversloeg en misschien is dat ook wel zo, maar ineens deelt hij toch een plaagstootje uit en voelt het door een straffe oostenwind ineens berekoud aan. Beren zijn al eeuwenlang niet meer in ons land te vinden, maar je ziet meteen een Canadees winterlandschap voor je en daarmee is de associatie met kou wel gemaakt. Maar hoe zit dat dan met eenden? 
Daarvoor moet je je even in de Franse tradities verdiepen. Er bestaat in Frankrijk een kleine politieke partij - tegenwoordig geassocieerd met de gaullistische partij - die zich ten doel stelt oude Franse tradities te bewaren en die heet CPNT (Chasse Pêche Nature et Tradition, 'Jagen Vissen Natuur en Traditie') en voor onze uitdrukking van vandaag gaat het om de C van Chasse: de eendenjacht vindt namelijk in de herfst en de winter plaats. De jager moet zich lange tijd doodstil en onbeweeglijk houden om enige kans te maken op een smakelijke canard à l'orange. Daardoor kan de kou tot op het bot doordringen. Het is zelfs zo dat de eendenjager de meeste kans op succes heeft op dagen met strenge vorst: als de meren en vennen waar de meeste eenden zich ophouden namelijk gaan bevriezen, moeten de dieren hun toevlucht nemen tot kleinere stroompjes en rivieren, met als gevolg dat meer vogels zich in de lucht verplaatsen en zij daardoor dus zichtbaarder zijn voor de jagers. Brrr...

volgende keer
behandelen we uitgebreid een literaire uitdrukking

vrijdag 26 februari 2016

se la couler douce

het ervan nemen
(lett. 'het zich rustig (laten) verlopen')


Opmerkelijk is dat in beide uitdrukkingen (de Nederlandse en de Franse variant) onduidelijke verwijzingen staan: 'het', 'ervan', 'la', maar we begrijpen meteen wat we bedoelen. Het Franse la staat hier  natuurlijk voor la vie ('het leven'). Eigenlijk betekent couler 'stromen' en wordt het gebruikt voor vloeistoffen: l'eau coule ('het water stroomt'). Het heeft echter in de loop van de tijd heel wat overdrachtelijke betekenissen gekregen, zoals 'lopen, lekken': un nez / un fromage qui coule ('een loopneus, een kaas die uitloopt') en als un navier coule, dan zinkt een schip. Daarnaast - en dat is voor onze uitdrukking van vandaag van belang - heeft het werkwoord al eeuwenlang niet alleen meer betrekking op vloeistoffen, maar ook op de tijd. Sinds de vijftiende eeuw heeft men het in het Frans over le temps s'écoule ('de tijd verstrijkt') en sinds de zeventiende eeuw kan men het hebben over couler des jours heureux: 'een gelukkig leven leiden'. En daarmee zijn we definitief aangekomen bij onze uitdrukking: een leven is ook verstreken tijd en als je des jours heureux kunt doorbrengen, kun je ook une vie douce ('een heerlijk leventje') leiden. Douce (vrouwelijk van doux, letterlijk 'zacht') heeft overigens de betekenis van 'fijn, zorgeloos' gekregen door de tegenstelling met une vie dure ('een zwaar (lett. hard) leven').

volgende keer
We leken de winter dit jaar over te slaan, maar ineens is het berekoud. Met welk dier wordt kou in het Frans geassocieerd?